Resultaten van eerste Nederlandse inventarisatie-studie overhandigd aan ZonMw.

Ontspanningsoefeningen, creatieve therapie en mindfulness zijn populair in Nederlandse zorginstellingen. Ruim 90% van alle ziekenhuizen biedt deze en andere complementaire behandelingen aan. Vijf academische ziekenhuizen halen de Top-10 van de complementaire ziekenhuislijst. Dit blijkt uit eindrapport van het eerste inventarisatie-onderzoek naar complementaire zorg, verschenen op 23 januari 2015 en uitgevoerd door het Louis Bolk Instituut en het Van Praag Instituut.

Het ZonMW Signalement Ontwikkeling en implementatie evidence based complementaire zorg van maart 2014 vormde het startsein voor het onderzoek naar complementaire zorg in ziekenhuizen, verpleeghuizen en GGZ-instellingen. De inventarisatie bestond uit de screening van ziekenhuiswebsites, een vragenlijst voor zorgprofessionals en groepsgesprekken met bestuurders, managers, artsen en verpleegkundigen in drie zorginstellingen. Het eerste exemplaar van het rapport is vrijdag 23 januari 2015 aangeboden aan Henk Smid, directeur van onderzoeksinstituut ZonMW.

Verlichting bij angst, pijn, onrust en slapeloosheid

In totaal 308 ziekenhuisafdelingen bieden 16 verschillende vormen van complementaire zorg aan, zo blijkt uit de websitescreening: acupunctuur, aromazorg, babymassage, creatieve therapie, geleide visualisatie, haptonomie, hypnotherapie, massage, mindfulness, muziektherapie, ontspanningsoefeningen, osteopathie, therapeutic touch, voetreflexmassage, warmte/koude en yoga. Deelnemers aan de vragenlijst melden nog eens 47 andere vormen van complementaire zorg. Ziekenhuizen gebruiken overigens zelf zelden de term complementaire zorg. Ook in GGZ-instellingen en in verpleeghuizen wordt het veel gebruikt, zo blijkt uit het eindrapport. De reden om complementaire zorg in te zetten is in alle zorginstellingen vrijwel dezelfde: verlichting bieden bij angst, pijn, onrust en slaapproblemen.

Meer behoefte aan onderzoek

Al komt complementaire zorg relatief vaak voor in zorginstellingen, meestal gebeurt dit kleinschalig, op initiatief van enkele zorgprofessionals en niet structureel. Afdelingen weten vaak niet waar in hun instelling nog meer complementaire zorg wordt toegepast. Uit vragenlijsten en groepsgesprekken bleek dat er behoefte is aan meer beleid, meer kennis en meer onderzoek. Landelijke bundeling van kennis is dan ook een van de adviezen uit het eindrapport.